Vrijheid

Zittend in mijn boom

voel ik mij een met de gaaien

de mieren en de spinnen

voel ik mij een met de wind

en de wolken

voel ik mij een met de kosmos

 

Lopend op het strand

voel ik mij een met de meeuwen

de krabben en de schelpen

Voel ik mij een met de golven

en het water

voel ik mij een met de kosmos

 

Ik heb geen verwachtingen

ik heb geen wensen

ik hoef nergens naar toe

ik ben thuis

ik ben vrij

 

Gedichten van Thich Nhat Hanh

Ademen

 

Als ik inadem

zie ik mezelf als een bloem

Ik ben de frisheid

van een dauwdruppel.

Als ik uitadem

zijn mijn ogen bloemen geworden

Kijk alstjeblieft naar mij.

Ik kijk

met de ogen van liefde.

 

Als ik inadem

ben ik een berg,

onwankelbaar

rustig

levendig

krachtig.

Als ik uitadem

voel ik mij stabiel.

De golven van emotie

zullen mij nooit meeslepen.

 

Als ik inadem

ben ik een stil water.

Ik weerspiegel de hemel

vol vertrouwen.

Kijk, in mijn hart

heb ik een volle maan,

de verkwikkende maan van de bodhisattva.

Als ik uitadem

schenk ik het volmaakte beeld

van mijn spiegelgeest.

 

Als ik inadem

ben ik een ruimte geworden

zonder grenzen.

Ik heb geen plannen meer.

Ik heb geen bagage.

Als ik uitadem,

ben ik de maan

die vaart door de hemel van totale leegte.

Ik ben vrijheid.

 

Ware bron.

 

In mij is er een kleine jongen.

Zijn linkerhand trekt het gordijn van de nacht omhoog.

Zijn rechterhand houdt een zonnebloem vast, zijn toorts.

De ogen van het kind zijn twee sterren.

De haren van het kind vliegen en golven in de wind,

als wolken boven het oeroude woud op ene stormachtige middag.

Laat ons samen op het kind toestappen en hem vragen:

"Waar ben je naar op zoek? Waar ga je naartoe?

Waar is je ware bron? Waar is je uiteindelijke bestemming?

En welke zijn de wegen naar huis?"

 

De kleine jongen glimlachte slechts.

De bloem in zijn hand wordt plots

een stralend rode zon -

en het kind gaat alleen verder

op zijn weg door de sterren.

 

Een- zijn

 

Op het moment dat ik sterf

zal ik proberen naar je terug te komen

zo snel als ik kan.

Ik beloof dat het niet lang zal duren.

Is het niet waar

dat ik bij je ben

omdat ik elk ogenblik sterf?

Ik kom op ieder moment

naar je terug.

Kijk alleen maar,

voel dat ik er ben.

Als je wilt huilen,

huil dan maar.

En weet

dat ik met je zal huilen.

De tranen die je vergiet

zullen ons beiden genezen.

Jouw tranen zijn die van mij.

De aarde waarop ik vanmorgen loop,

overstijgt de geschiedenis.

Lente en winter zijn beide op dit moment aanwezig.

Het jonge blad en het dode blad zijn echt een.

Mijn voeten raken onsterfelijkheid aan

en mijn voeten zijn die van jou.

Loop nu met mij.

Laten wij de dimensie van een-zijn binnengaan

en de kersenboom in de winter zien bloeien.

Waarom zouden we over de dood praten?

Ik hoef niet te sterven

om weer bij jou te zijn.

 

Aanbeveling

 

Beloof mij,

beloof mij vandaag,

beloof mij nu,

terwijl de zon hoog aan de hemel staat

exact op het hoogste punt,

beloof mij:

 

Zelfs als ze

je neerslaan

met een berg vol haat en geweld,

zelfs als ze over je heen lopen en je vertrappen

als een worm,

zelfs als ze je verminken en je ingewanden uitrukken,

herinner je dan broeder

herinner je:

de mens is niet onze vijand.

 

Allen je mededogen telt nog,

het is onoverwinnelijk, grenzeloos en onvoorwaardelijk.

Haat zal jou nooit

het beest in de mens laten zien.

 

Als je op een dag alleen oog in oog staat met dit beest

en je moed is intact

je ogen staan vriendelijk

en onverstoord

(zelfs als niemand ze ziet),

dan zal er vanuit je glimlach

een bloem opbloeien.

En zij die van je houden

zullen je aanschouwen

aan de andere kant van de tienduizenden werelden van geboorte en dood.

 

Weer alleen

ga ik verder met gebogen hoofd

in het besef dat liefde eeuwig bestaat.

Op de lange moeilijke weg

zullen de zon en maan

blijven schijnen.

 

Ons ware erfgoed

De kosmos is gevuld met kostbare juwelen.
Ik wil jou daar deze morgen een handvol van geven.
Ieder moment van je leven is een juweel,
dat schittert en aarde en hemel,
water en wolken bevat.

Alleen als je zachtjes ademt
worden de wonderen vertoond.
Opeens hoor je de vogels zingen,
de dennen neuriën,
je ziet de bloemen bloeien,
de blauwe hemel,
de witte wolken,
de glimlach en de prachtige blik
van je geliefde.

Jij, de rijkste persoon op aarde,
altijd bedelend om een stuk brood,
wees niet langer het berooide kind.
Kom terug en eis je erfdeel op.
Laten we blij zijn met ons geluk
en dat aan iedereen uitdelen.
Koester het hier en nu.
Laat de stroom verdriet maar los,
en sluit heel het leven in je armen.
 
Geen komen, geen gaan
Dit lichaam is niet ik.
Ik ben niet gevangen in dit lichaam,
Ik ben leven zonder grens.
Ik ben nooit geboren en ik sterf nooit.

Kijk naar de oceaan en naar de hemel vol sterren,
manifestaties van mijn wonderlijke, ware geest.

Sinds de tijd zonder begin, ben ik altijd vrij geweest.
Geboorte en dood zijn slechts deuren waar we doorheen gaan,
heilige drempels op onze reis.
Geboorte en dood zijn een verstoppertjesspel.

Dus lach met mij,
houd mijn hand vast,
laten we elkaar gedag zeggen,
gedag zeggen om elkaar weer te ontmoeten.
We ontmoeten elkaar vandaag,
we zullen elkaar morgen ontmoeten,
we ontmoeten elkaar ieder moment aan de bron,
we ontmoeten elkaar in alle vormen van het leven.
 
Noem me bij mijn ware namen
Zeg niet dat ik morgen ga
als zelfs vandaag nog komen moet.
Kijk naar me: elke seconde verschijn ik hier
om een knop aan een lentetak te zijn,
een vogel met nog tere vleugels
die in mijn nieuwe nest leert zingen,
om een rups te zijn in het hart van een bloem,
een juweel omgeven door gesteente.

Altijd nog kom ik om te lachen en te huilen,
te vrezen en te hopen.
Het ritme van mijn hart is het komen en gaan
van al wat leeft.

Ik ben de eendagsvlieg die van gedaante wisselt
op het water van de rivier.
En ik ben de vogel die een duikvlucht maakt
om de vlieg te verorberen.

Ik ben de kikker die vrolijk zwemt
in het heldere water van een vijver.
En ik ben de ringslang die stilletjes
zich voedt met de kikker.

Ik ben het kind in Oeganda, vel over been,
mijn benen als dunne bamboe.
En ik ben de wapenkoopman,
die dodelijk wapentuig aan Oeganda verkoopt.

Ik ben het meisje van twaalf,
een bootvluchteling die zich in zee stort
na te zijn verkracht door een piraat.
En ik ben de piraat,
met een hart dat niet zien kan
niet liefhebben kan.

Ik ben lid van het politbureau
met macht in mijn handen.
En ik ben de man die zijn bloedschuld
aan mijn volk moet betalen
dat langzaam sterft in een werkkamp.

Mijn vreugde is als de lente, zo warm
dat de bloemen overal op aarde ontluiken.
Mijn pijn is als een rivier van tranen,
zo onmetelijk dat zij alle oceanen vult.

Noem me daarom bij mijn ware namen, alsjeblieft,
zodat ik al mijn huilen en lachen tezamen hoor,
zodat mijn vreugde en pijn één zijn.

Noem me bij mijn ware namen, alsjeblieft,
zodat ik kan ontwaken
en de deur van mijn hart open kan staan,
de deur van mededogen.